Kind en Hond

Kind en hond: het kan een combinatie zijn. Toch gaat de omgang tussen deze twee vaker niet als vanzelf. Daarom zijn omgangsregels en voorzorgsmaatregelen echt zeer belangrijk , u mag  het vertrouwen en de verantwoordelijkheid nooit bij de hond neerleggen.

Bij peuters en kleuters gaat het in de relatie tussen kind en dier om het observeren en vooral het elkaar aanraken. Zodra dit mogelijk is, moet het kind leren dat een hond geen speelgoed is, maar een levend wezen. Het kind moet lief zijn voor de hond en hem geen pijn doen. Dit is iets waar de ouders goed op dienen te letten, want het is niet ondenkbaar dat de hond bijt als hem pijn wordt gedaan of hij zich bedreigt voeld .

Voor een hond is het belangrijk zijn plaats (rang) te weten binnen het gezin. Het gezin vormt als het ware de ‘roedel’ waarbinnen de hond leeft. In een roedel heerst een duidelijke hiërarchie, waarbij de leden van de roedel hun plaats (rang) bepalen ten opzichte van de andere roedelgenoten. Om zijn plaats te weten binnen het gezin waarin de hond leeft, moet de hond weten welke gezinsleden boven hem staan (hoger in rang zijn) en welke onder hem staan (lager in rang zijn). Van een gezinslid dat door de hond wordt beschouwd als ranghoger, zal de hond veel meer accepteren dan van een gezinslid dat (in de ogen van de hond) ranglager is. Dit is vanuit de hond bekeken heel natuurlijk; Honden zijn van nature vleesetende roofdieren die in groepsverband jagen en een strikte rangorde volgen,om als groep (wolven of honden) te kunnen samenwerken om zo te kunnen overleven, is het belangrijk dat een ieders rol binnen de groep duidelijk is en dat een ieder zich houdt aan de natuurlijke regels die horen bij die rol.

De hond ziet het kind als ranglager

Honden zien kinderen als ranglager. Een hond mag in een roedel een ranglagere corrigeren, door hem of haar aan te staren en/of te grommen en eventueel te bijten. Problemen kunnen worden voorkomen door een kind nooit alleen te laten met een hond,niet uit het oog .

Een hond ziet een kind niet zoals hij een volwassene ziet: kinderen tot circa 12 jaar zullen door een hond zelden als ranghoger worden erkend. Een precieze leeftijdsgrens is niet te geven omdat dit zowel afhangt van het karakter van de hond (hoe dominant dan wel onderdanig is hij) als van het gedrag van het kind (hoe gedraagt het kind zich ten opzichte van de hond, hoeveel autoriteit kan het kind uitstralen), als van het gedrag van de volwassenen (hoe "hoog" plaatsen zij het kind, gezien door de ogen van de hond).

Eén van de rechten die volgens de natuur van de hond hoort bij het ranghoger zijn, is dat je het recht hebt om een ranglagere te corrigeren wanneer deze zich niet houdt aan de regels die horen bij de rol van de ranglagere. In de ogen van de hond is het bijvoorbeeld volstrekt “ongepast” wanneer een ranglagere dominante gebaren maakt naar een ranghogere. Dominante gebaren zijn onder andere alle gebaren van bovenaf: over de hond heen hangen, over zijn kop en/of rug aaien, omhelzen (!) en dergelijke. Ook ongepast is het wanneer een ranglagere een "prooi" (eten, botje, speeltje) van de ranghogere zou willen afpakken.

Heel vaak worden de kinderen in het gezicht gebeten. De hond richt met het bijten meestal niet naar het gezicht. Vaak is de hond bang en wil zich verdedigen of corrigeren de ranglagere . Dit doet de hond door naar het dichtsbijzijnde lichaamsdeel uit te halen. Vaak begrijpen kinderen de eerste signalen van honden niet als ze geen zin meer hebben in iets, bijvoorbeeld spelen. De eerste signalen kunnen zijn aanstaren en grommen. Omdat kinderen de signalen vaak niet zien, gaan ze gewoon door met waar ze mee bezig zijn. De hond kan dan alleen nog maar corrigeren door te happen en of bijten om duidelijk te maken dat het kind moet stoppen.

Een kind moet leren welke handelingen het wel en niet kan verrichten bij de hond. Veel dingen die door het kind heel lief bedoeld zijn, kunnen door de hond gezien worden als een dominante handeling. Hierbij kan gedacht worden aan aaien over de kop, een arm om de nek van de hond slaan en over hem heen liggen , kruipen of staan. Ook zal een kind een hond natuurlijk geheel niet slaan of zelfs slaan bewegingen doen net als schoppen of straat trekken want dat is dreigent /een aanvalling in het oog van een hond door een ranglagere/kind . Kinderen doen dieren graag aan staren wat voor een hond een bedrijging en/of dominante handeling is. Ook moet het kind geen dingen doen waardoor bevestigd wordt dat het ranglager is, zoals het naar de hond toe lopen, kruipen in nabijheid van de hond of hem bij zich in bed laten. De hond zal een commando van het kind hoogstwaarschijnlijk niet opvolgen en als de hond wint bij een spel, sterkt hem dat ook in zijn idee dat hij ranghoger is.

In het kader van de veiligheid is het heel verstandig ervan uit te gaan dat de hond het kind niet als ranghoger erkent en dat de hond dus het voor hem natuurlijke recht heeft het kind te corrigeren indien de hond dit nodig vindt.

Enkele voorbeelden uit de praktijk waarbij mensen het gedrag van honden vermenselijken en zijn gedrag puur in mensenpsychologie uitleggen.

‘Mijn hond likt mijn dochtertje helemaal af, echt zo schattig’.
In hondentaal verzorgt de hond zijn ‘pup’ en als hij mag verzorgen, dan mag hij ook corrigeren.

‘Mijn hond bewaakt onze baby, hij blijft voor de wieg zitten en als er visite komt dan gromt hij’.
In hondentaal ziet de hond de baby als zijn bezit en dit gedrag kan zo escaleren dat de ouders ook niet meer door de hond getolereerd worden in de buurt van de baby.

 

Kruipende Babys - kinderen

Honden leven met een aantal gedragscodes.
In de natuur gaat alleen een onderdanige hond naar een hogere in rangorde.
Nooit zal een hoger geplaatste hond naar een lagere toegaan of het moet zijn om de lagere te corrigeren.
Een kind dat naar de hond toe kruipt, betekent dus voor hond dat dit lager in rangorde is.
Ook lijkt het erop dat een kruipend kind zich klein heeft gemaakt.
Ook een teken van onderdanigheid.
De hond heeft nu het recht om het kruipkind te corrigeren als dat nodig is.
En die situatie kan zich als volgt voordoen: de kruipkinderen komen voor de hond dreigend over.
Zij kijken de hond recht in de ogen en kruipen naar hem toe.
Dit gedrag ziet hij als een teken van agressie.
De hond geeft een waarschuwend door aanstaren of gegrom.
Het kruipend kind begrijpt dit gedragskenmerk uiteraard niet, kruipt verder, de hond hapt om het kind te corrigeren, het kind schrikt, huilt
en gaat weg, de hond heeft gewonnen en zal dit gedrag herhalen.
De hond begint met gegrom, als dat niet helpt met happen en als dat ook niet helpt met bijten.
De hond is dan vals en moet weg.
De hond is echter een heel normale hond , die niet vals is.
Het kruipkind houdt zich niet aan de regels en dit moet dus gecorrigeerd worden!
Het probleem is daar.
Van honden kunnen we niet verwachten dat ze zich menselijk gedragen en van kruipkinderen kunnen we niet verwachten dat ze zich honds gedragen.
U moet daarom het kind leren om niet naar de hond toe te gaan en helemaal niet naar de plaats of de mand van de hond.
Leer de hond naar zijn plaats of mand te gaan, als je het kind laat kruipen , of perfect is bv een ruimte met een traphekje afzetten  .
Hij heeft daar zijn eigen rustige veilige plek. Veilig voor het kind en ook voor de hond.

Tips en omgangsregels

De ouders kunnen het kind al vroeg leren de hond onder de kop en op de borst te aaien; dit wordt door de hond niet als bedreigend ervaren. Het kind mag wel zoek- of apporteerspelletjes met de hond doen, maar alleen als (een van) de ouders aanwezig zijn (is); de hond zal anders het commando van het kind mogelijk niet opvolgen, waardoor hij zich gesterkt kan voelen in zijn rang.

In plaats van naar de hond toe te lopen, is het beter als het kind de hond bij zich roept als het met de hond wil spelen of hem wil aaien. Ook dit moet in aanwezigheid van de ouder(s) gebeuren. Het is erg leuk voor kind en hond als ze samen dingen kunnen ondernemen, zolang de ouders er maar bij zijn!

Om verdere problemen te voorkomen, moet het kind leren de hond met rust te laten bij de voerbak, bij de mand, als hij wat lekkers heeft gekregen of als de hond slaapt. Als de ouders wat weten over hondentaal, is het leuk dit op het kind over te brengen; 'vindt de hond het nu leuk als ik hem aai?' en 'mag ik hem wel of niet direct aankijken?' Heel belangrijk is dat de ouders onthouden dat ze het kind niet mogen straffen waar de hond bij is; de hond zal zijn roedelleider dan misschien willen helpen bij het straffen van de ranglagere (het kind).

Naast alles wat het kind moet leren, zal de hond geleerd moeten worden dat het zachtjes met kinderen moet omgaan. En natuurlijk moeten de ouders onthouden dat het kind in zijn rang afhankelijk is van de ouders; daarom mag het nooit met de hond alleen worden gelaten of buiten het oog , altijd nast het kind erbij zijn !

Bijtincidenten kunnen zich ook voordoen als gevolg van angst / onzekerheid van de hond. Zeker honden die als jonge pup niet of nauwelijks met kleine kinderen hebben kennisgemaakt, zien kinderen vaak als enge wezentjes. In de ogen van een hond is een klein kind misschien wel een andere soort dan de mens, immers de bewegingen, de geluiden en het uiterlijk zijn heel verschillend. Jonge kinderen doen daarbij vaak precies die dingen die honden snel als bedreigend zien: hard lopen met kleine wiebelpasjes, met de handjes wapperen, hoge geluidjes maken, hard huilen en dergelijke. Ook om deze reden is het in het kader van veiligheid belangrijk om uw kinderen zo vroeg mogelijk regels te lerenen en zelf zeer oplettend te zijn !

Als een bijtincident plaats vindt, is dit meestal niet de fout van de hond,maar van de ouders/ eigenaar van de hond. Vaak gebeurt een bijtincident omdat de ouders of eigenaar niet goed opletten hoe het kind met de hond omgaat. Een hond reageert puur vanuit zijn natuur. Het is en blijft, hoewel gedomesticeerd, een dier. Om te zorgen dat een bijtincident niet gebeurt, ligt de verantwoordelijkheid bij de ouders/ eigenaar en mag u het vertrouwen en de verantwoordelijkheid nooit bij de hond neerleggen, want dit is een hond in zijn eigen doen en laten en beredeneert niet als een mens.  Kunt u deze verantwoordelijkheid niet aan, dan is volgens ons de beste conclusie om hond en kind samen niet te combineren.
 

Jaarlijks worden er 150.000 bijtincident meldingen gedaan. Het werkelijke aantal bijtincidenten ligt hoger, omdat veel incidenten in huis gebeuren en niet worden gemeld.

64% van de slachtoffers die het bijtincidenten niet overleefden werd gebeten door de eigen hond en in 89% van deze gevallen gebeurde dit in en om het eigen huis. Wanneer het een bijtincident met een kind betrof, was bij de helft van de incidenten geen volwassene aanwezig. (bron:gebeten hond.nl)  Schrikbarende cijfers, maar helaas wel de werkelijkheid. Meestal gaat het goed, maar als de mens hondentaal niet goed interpreteert en een kind niet leert hoe op de juiste manier om te gaan met een dier, dan is dit de schokkende werkelijkheid.

Denk niet dat het altijd al goed is gegaan en niet zo'n vaart loopt. Er kan een moment komen dat de hond pijn heeft of ouder wordt en het kind precies op de verkeerde plek drukt. Dan komt zijn natuurlijke gedrag naar boven en zal hij het kindje een correctie geven.

Regels op een rijtje

Laat uw kind..

o De hond op de borst of op zijn flank aaien. Dit zijn geen ‘dominante’ zones;

o Niet over de grond in de buurt van de hond kruipen;
o De Hond nooit slaan , ook geen slaan bewegingen doen ;
o Niet over de hond heen hangen, erop klimmen of erop zitten e.d.;
o De hond niet benaderen als hij slaapt, ook hij heeft recht op rust; als een hond wakker schrikt kan hij happen
o De hond niet benaderen tijdens het eten;
o Niet bij de hond slapen, of andersom.
Honden horen op een plek te slapen die lager is dan het kind, om aan te geven dat de hond geen ranghoge positie inneemt;
o Niet de hond aanstaren. Dit kan hij als dreigend ervaren
;
o Niet naar de hond toelopen. Laat je kind de hond naar zich toe roepen. In de meeste gevallen gaat de
ranglagere naar de ranghogere. Uitzonderingen op deze regel zijn voor een kind niet duidelijk;
o Geen trek- of stoeispelletjes doen met de hond. De hond zal altijd proberen te winnen, wat op deze
leeftijd van het kind meestal lukt. Daarmee is zijn ranghogere positie bevestigd
;
o Altijd samen met een volwassene de hond uitlaten. Een ontmoeting met een andere hond kan resulteren in een vechtpartij en een kind dat alleen is kan gebeten of meegesleurd worden
;
o Geen vreemde honden aaien zonder toestemming van ouders en eigenaar van de hond
;
o Geen hond aaien die is vastgebonden aan bijvoorbeeld een lantaarnpaal of buiten bij een winkel. Ook honden achter een hek mogen niet geaaid worden; zij zullen hun territorium verdedigen
.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

meer...info

1.     Niet de hond omhelzen. De hond kan zich gevangen voelen en zich willen verdedigen.

2.     Eerst vragen voor je een hond aait. Niet alle honden vinden aaien prettig. De juiste volgorde bij het aaien van een hond is:
• Eerst aan vader of moeder vragen.
• Dan aan de baas van de hond vragen.
• Als het kind van allebei mag aaien, mag het kind rustig een hand uitsteken en kijken of de hond naar het kind toekomt. Zo nee, dan heeft hij er geen zin in en moet het kind de hond met rust laten.

3.     Niet op een hond af rennen, en ook niet voor een hond wegrennen. In het eerste geval kan de hond zich bedreigd voelen. In het tweede geval kan hij de achtervolging inzetten, vaak als spel, maar het kind kan daar bang van worden.

4.     Niet de hond aanstaren. Aanstaren kan voor een hond een uitdaging of bedreiging zijn.

5.     Niet onder de hond gaan liggen, en uiteraard ook niet op de hond. Als het kind onder de hond ligt, kan de hond zich de baas voelen, en bovendien is het gezicht van het kind dan erg dicht bij zijn tanden. Als het kind op de hond gaat liggen, kan dit hem pijn doen en kan hij zich verdedigen.

6.     Laat de hond met rust als hij eet of slaapt. Laat kinderen bij de voerbak en de kluifjes van de hond vandaan blijven, hij kan ze willen verdedigen. Ook als hij slaapt mag het kind de hond niet storen, als hij wakker schrikt kan hij happen.

7.     Niet in de mand of bench van de hond komen. Die plek is van de hond, hij moet zich daar veilig voelen en zich rustig kunnen terugtrekken.

8.     De hond niet op zijn kop aaien, maar liever op borst of hals. Veel honden vinden aaien over de kop niet prettig, ze kunnen ervan schrikken en ze kunnen denken dat het kind de baas wil spelen.

9.     Kinderen mogen geen trek- of stoeispelletjes doen met de hond. Daarbij gebruikt de hond zijn tanden en dat kan fout gaan. Bovendien merkt de hond snel dat hij sterker is dan het kind, waardoor hij de baas kan gaan spelen over het kind.

10.  Een probleem met de hond moet het kind niet zelf willen oplossen. Leer het kind om dan de hulp van ouders in te roepen. In de ogen van de hond staat een kind onder hem in rang, als het kind de baas over hem speelt zal hij dat misschien niet accepteren.

 

Vreemde honden aaien

Kinderen moeten leren geen vreemde honden te aaien voordat ze toestemming hebben van (een van) hun ouder(s) en de eigenaar van de hond. Honden achter een hek of in een auto kunnen beter nooit geaaid worden, omdat zij misschien hun territorium zullen verdedigen als je te dichtbij komt. Of het kind bang is voor honden of niet, het zal altijd moeten leren rustig te zijn in nabijheid van een hond , en zekkers geen slaan of schop - dreigende beweging te doen , ook niet weg te rennen voor een vreemde hond. Druk gedrag van het kind werkt opwindingverhogend bij de hond; hij zal misschien gaan springen , happen of bijten . Als het kind wegrent, kan dit prooivangst gedrag opwekken bij de hond, waarna het de achtervolging zal inzetten.